Training voor het twitterbrein

Is er echt geen tijd meer voor Proust? Of liever gezegd: is dit geen tijd meer voor Proust?

Precies twee jaar geleden publiceerde The Washington Post een artikel over de invloed van internet op ons leesgedrag en onze cognitieve vermogens. Volgens neurowetenschappers ontwikkelt de mens onder invloed van de eindeloze informatiestromen waarmee we dagelijks online in aanraking komen ‘digitale hersenen’, die er vooral op zijn gericht zo snel mogelijk brokjes informatie uit willekeurige teksten te vissen. De hersencircuits die we de afgelopen millennia hebben ontwikkeld door zonder noemenswaardige afleidingen lange verhandelingen te lezen op papyrus, perkament en papier, blijken te worden aangetast door onze huidige digitale leesgewoonten. We ontwikkelen een twitterbrein, dat niet meer is toegerust voor het verwerken van lange zinnen (de kans is daarom  aanwezig dat u op dit punt in mijn bericht al bent afgehaakt), laat staan voor het lezen van dikke boeken.

Marcel Proust

Uiteraard werd in het artikel ook Marcel Proust genoemd, die al ver voor het digitale tijdperk als onleesbaar gold. Volgens Arjen Fortuin in zijn column over dat artikel in NRC Boeken was Proust ‘in de literatuurgeschiedenis al decennia geleden […] gereduceerd tot een even herkenbare als behapbare anekdote over de plotselinge wederkeer van oude sensaties door het eten van een madeleine, een verhaal dat zijn kracht ontleent aan de compacte navertelling, zodat je kunt stellen dat Proust al lang vertwitterd wás en dat we voor de de facto onleesbaarheid van dat boek dus helemaal geen moderne media nodig hebben, zelfs de pas verschenen Nederlandse roman Geen tijd voor Proust van Jelle Noorman niet, daar de recherche gewoon een beetje lang lezen is voor een mensenleven’.

Tijd voor lezen

Maar de columnist van The Washington Post lichtte Proust er niet speciaal uit: hij noemde hem terloops, naast Hermann Hesse, Henry James, George Eliot, that crowd. En met ‘that crowd’ doelde hij op klassieke schrijvers, van vóór de soundbites, e-mails en tweets, schrijvers die de tijd namen voor de vorm én inhoud van hun zinnen, en hetzelfde konden verwachten van hun lezers. Ze waren niet onleesbaar – zelfs Proust niet – omdat hun lezers gewend, bereid en in staat waren zich voor onbepaalde tijd bij de hand te laten nemen en zich te laten meevoeren naar het universum dat de auteur voor hen ontsloot. Lezen was geen interactieve bezigheid, althans niet in de moderne zin. ‘Wanneer we lezen, ontvangen we andere gedachten, ofschoon we alleen zijn; ons verstand heeft het druk, we werken ergens naartoe, we zijn persoonlijk betrokken. Doordat we de ideeën van een ander opnemen – in de geest en dus in werkelijkheid – kunnen we ons ermee verenigen, worden we die ander, terwijl we, zij het met meer variatie dan wanneer we in ons eentje nadenken, toch alleen maar ons eigen zelf ontwikkelen: we worden door die ander langs onze eigen paden geleid,’ aldus Proust.

De onmacht van het twitterbrein

Een twitterbrein, dat bij zijn race langs de woorden zoekt naar hashtags, links, plaatjes, filmpjes en muziekjes, kan die geconcentreerde, naar binnen gerichte interactiviteit niet opbrengen. In de rustig voortkabbelende woordenstroom van Proust zal het onherroepelijk verzuipen. De Vestdijkkring, een eerbiedwaardige, ruim veertig jaar oude vereniging ter bevordering van het werk en gedachtegoed van Simon Vestdijk, ziet de bui al hangen en schrijft op zijn website :

Het twitterbrein kan Proust niet meer lezen. Arme Proust, die hier tot een negatief icoon dreigt uit te groeien voor onleesbare literatuur. Het debuut van  Jelle Noorman zinspeelt er ook al op:  Geen tijd voor Proust. Maar u voelt het al aankomen: dat is pas de échte crisis, want Proust kan makkelijk voor andere  literaire helden worden ingeruild. Ja, ook Vestdijk.

slow-reading

Lezen en de tijd die wegvalt

Maar er is hoop, volgens het artikel van The Washington Post: onze hersenen zijn elastisch genoeg om zich aan veranderende omstandigheden aan te passen. Dat betekent dat we ze kunnen leren op verschillende manieren te lezen. Als we naast onze interactie met de digitale media gedisciplineerd de tijd uittrekken voor het gedrukte woord,  het ‘ouderwetse’ boek, worden we uiteindelijk bi-literate. We zullen de geneugten herontdekken van het lezen als ontspannende, verrijkende bezigheid, waarbij de tijd wegvalt en wijzelf samenvallen met de woorden, het verhaal. Pas dan, als er geen tijd meer is, is er tijd voor Proust.